(c) Lieven Van Assche
(c) Lieven Van Assche
Tue 24 Feb 10:59

Interview Seppe De Roo

Sinds de ingrijpende renovatie is Werkplaats Walter 2.0 uitgegroeid tot een huis gevuld met diverse geluiden en disciplines. Met twee dozijn zijn ze intussen, de kunstenaars, makers en creative professionals. Hoog tijd om ze aan het woord te laten over wie ze zijn en wat ze doen. Als tweede: seppe de roo.

“Wie ben ik? Moest ik dat weten, dan zou ik misschien geen kunst meer maken! (lacht) Je hebt kunstenaars die heel vroeger starten, op vijf, zes jaar. Dat was niet aan mij besteed. Ik had niemand die aan kunst deed in de familie, dus daar had ik geen connectie mee. Vanaf mijn negentiende werd het mijn focus. Een paar jaar daarvoor waren film en regie nog mijn droomdoel, omdat ik verhalen wilde vertellen. Na een jaar in de filmschool wist ik dat het niets zou worden, omdat ik in groep moest werken, terwijl ik het best kan werken op mezelf, in mijn creatieve proces. Dankzij de expo’s die ik cureer heb ik wel geleerd om te delegeren en samen te werken. Ik ben iemand die heel precies én chaotisch is, en daardoor probeer ik structuur te scheppen en orde te zoeken binnen de chaos.”

Chaos in je hoofd, bedoel je? Want je atelier ligt er wel behoorlijk ordelijk bij.

“Dan moet je thuis eens kijken, zeker vijftien jaar geleden! (lacht) Meer en meer heb ik, om efficiënt te kunnen werken, orde nodig. Tegelijk kan je geen interessant leven leiden als alles hypergestructureerd is. Er moet altijd ruimte zijn. Daar ben ik naar op zoek en dat komt ook wel terug in mijn thema’s. Wat zie jij hier terugkomen bij mijn werken?”

Wat me opvalt bij de werken die hier staan (schilderijen uit ‘the tulpas’-reeks), is dat ze iets hebben van gestileerde sciencefiction. Niet de actie-soort, maar de cerebrale stijl en vormgeving van films als Gattaca en THX-1138. Het is strak, klinisch, futuristisch en androgyn. Alsof ik naar robots kijk. Het is misschien niet je intentie, maar het voelt ook een beetje als kijken naar AI. Zoiets?

“Ik zie het meer als een venster, een andere wereld om te betreden. De beelden die tot me komen probeer ik zo dicht mogelijk te benaderen. Daarvoor heb ik door de jaren heen veel verschillende technieken ontwikkeld. Eigenlijk kan ik helemaal niet zo goed tekenen, of ik dacht dat ik dat niet goed kon. Er zaten mensen in mijn klas die veel beter konden tekenen en schilderen dan mij, dus ik had altijd het gevoel dat ik me moest bewijzen. Dat heb ik jarenlang gedaan door een techniciteit te ontwikkelen. Schilderen is iets dat blijft, maar tekenen moet je onderhouden. Ik heb dat altijd wat weggeduwd, omdat je een directe lijn wil creëren tussen brein en papier. Er zijn weinig mensen die dat kunnen. David Hockney beweerde ook eens dat er veel meer goede schilders dan goede tekenaars rondlopen. Het is niet omdat je een goede schilder bent, dat je een goede tekenaar bent.”



Wordt tekenen dan hoger ingeschat?

Goh, ik weet het niet. Je kan veel kanten uit met tekenen. Schilderen is toch altijd een kunstwerk, tekenen kan gaan van design en schetsen tot andere dingen. Er zijn zoveel aspecten die je kan gebruiken. Een schilderij vernietigt wat je al eerder geschilderd hebt, een getekende lijn is heel definitief. Je kan wel een gom pakken, maar zelfs dan zit die kras erin.
Om terug naar de essentie te gaan: ik had een soort degout of angst voor het tekenen, en heb het weggedrukt. Eerst heb ik me op fotografie gericht, om een basis te hebben van hoe tot een beeld te komen. Er zat iets in mijn hoofd dat ik niet kon uitvoeren zonder dat uit te lichten, dus begon ik met maquettes. Daarna dacht ik aan 3D-printen, maar toen kwam er ook een AI-revolutie, en begon ik al die dingen tegelijkertijd in te voeren en beelden te bewerken. Dat allemaal vanuit die angst om te tekenen. (lacht) Daar heb ik veel uit geleerd, omdat ik elke keer opnieuw een manier moest vinden om tot een beeld te kunnen komen. Het heeft zo wel iets nieuws in die esthetiek gebracht. Er zit zeker ook iets robot-achtig in die beelden. Ik denk dat ik op het punt ben gekomen dat ik zoveel heb gedaan, dat ik soms niet meer weet waar te beginnen om tot een beeld te komen. Dus ik dacht: ik neem er afstand van, van de dingen die ik gedaan heb, en ik ga opnieuw het potlood opzoeken, om tot die eerste schetsen te komen.”

Lukt dat intussen?

“Toch wel, maar ik denk dat ik mezelf vooral veel vrijheid moet gunnen. Ook de vrijheid om te falen. Ik ben hier aangekomen en heb alle schilderijen van de laatste jaren bij elkaar gebracht. Ik heb veel dingen weggesmeten en kapotgemaakt, en ben dingen anders gaan bekijken. Als je al die werken naast elkaar ziet, dan voel je wel een lijn, ondanks de verschillende stijlperiodes. Er zijn ook veel religieuze elementen en mystieke aspecten. Ik heb het heel graag als mensen naar mij komen met hun verhaal. Ik heb het al geschilderd, het is er al, en hoef er geen uitleg bij te geven.”

Je zei net dat je beelden schildert die tot je komen. Hoe moet ik me dat voorstellen? Is dat via dromen, gedachten of fantasieën? Als je voor een doek staat, weet je dan min of meer wat je wil zien verschijnen?

“Ja, en dat moet ik dan bouwen. Dat hele bouwproces probeer ik nu directer over te brengen, wat veel moeilijker is. Toen ik Man and His Symbols van Carl Jung las, begreep ik dat er veel elementen in mijn werk zijn die in dat collectieve onbewuste zitten. Bepaalde symbolen en mythen zijn universeel en een rode draad doorheen de geschiedenis. Soms komen al die symbolen en alle associaties die erbij horen ineens bij elkaar. Anderen kunnen dat dan herkennen. Als een beeld tot mij komt, dan begrijp ik niet altijd meteen wat dat betekent. Soms schilder ik dat zonder te weten waar het over gaat, maar intussen gebeurt er ook iets intens in mijn leven. Later begrijp ik dan de connectie. Het zijn dingen waar je niet bij stilstaat, je creëert betekenis zonder dat je je er bewust van bent. Werk kan zo een heel andere gelaagdheid krijgen. Zoals dat schilderij van mijn zus dat je daar ziet. Zo schilder ik nu niet meer, maar ze leidt zelf nu ook een heel ander leven, en ook dat heeft ook een impact op hoe ik daar nu naar kijk.”

Het krijgt nieuwe betekenislagen?

“De composities zijn sterk, dat is belangrijk, maar er is ook de betekenis. Hoe ouder je wordt, hoe meer dat je beseft. Mijn ‘ the tulpas’-serie is misschien de minst persoonlijke reeks die ik al maakte. Er zitten elementen in die ik meeneem naar de toekomst, maar an sich voel ik er ook meer afstand bij. Die andere serie zit heel dichtbij. Ik moet er mijn tijd voor pakken, hoe langer hoe meer. Deze recentere schilderijen komen ook meer uit een idee van productie. De schilderijen van die andere serie, daar heb ik per schilderij zes maanden aan gewerkt. Die grote werken zijn heel gedetailleerd, tot op het punt dat het technisch amper nog mogelijk was.”



Je zei net dat sommige werken best wel persoonlijk zijn, dat ze zich op verschillende manieren in je hoofd nestelen, al dan niet gelinkt aan dingen in je leven. Is dat ook belangrijke informatie voor iemand die naar je werk kijkt of iets wil kopen?

“Dat was al een hinderpaal. Sommige werken zijn zo persoonlijk dat kijkers dat voelen en dat het daardoor moeilijker is om ze te verkopen. Mensen van mijn leeftijd met een goede carrière als kunstenaar zijn vaak mensen die, en dat bedoel ik niet negatief, bloempotten schilderen.”

Je minder persoonlijke reeks verkoopt daardoor misschien wel sneller?

“Inderdaad, en dat is soms wel moeilijk. Hoe langer hoe meer denk ik ook dat je het werk moet maken voor het werk. Waar ik me het meest mee in mijn voet heb geschoten, is het formaat van sommige werken. De kostprijs is niet zo veel hoger, zeker als je rekening houdt met de tijd die erin gestopt is. Het is nu eenmaal zo. Ik wil ook wel echt werken maken die op zich kunnen staan. En heftig zijn qua inhoud, die voor mij betekenis hebben. Als ik erover praat met anderen, dan merk ik dat mensen er ook persoonlijk mee connecteren. Ik heb graag dat mensen hun verhalen vertellen. Vaak gaat dat om universele verhalen, die iedereen meedraagt. Ik noemde dit werk Leviathan, maar mensen zien er David & Goliath in. Een Christelijke vriend van me dacht dat het ging om Christus die doorboord werd. Het onderliggende universele is goed vs. kwaad. Grote schilders, zoals een Van Eyck, maakten de basis van de schilderkunst. Hoeveel werken maakte Van Eyck maar? Moet je zoveel maken? Keuzes!” (lacht)

Improvisatoren streven er vaak ook naar om de afstand tussen hoofd en handen zo kort mogelijk te houden. Niet nadenken, maar zo spontaan mogelijk uitvoeren. Is dat ook voor jou een ideaal, een zo direct mogelijke vertaling van hoofd naar doek?

“Mijn ultieme droom is om al die technieken samen te brengen. Het is wel een interessante opmerking, want je wordt alsmaar efficiënter in je vaardigheden. Je moet dat denken kunnen loslaten. Hoe minder je nadenkt, hoe beter het schilderij vaak is. Je kan natuurlijk wel heel lang met iets in je hoofd zitten, en soms vergeet je die dingen of komen ze terug.”

Iets helemaal anders: is het voor jou belangrijk om in Brussel of specifiek in deze wijk te werken? Maakt de locatie iets uit voor het werk dat je maakt?

“Ik denk het wel. Als je alleen al kijkt naar hoe stijlen in Noordelijke of Zuidelijke landen ontstaan, of hoe het werk van Van Gogh veranderde nadat hij naar Zuid-Frankrijk trok. Dat heeft een invloed op wat en hoe je schildert. Ik ben in mijn werk vaak bezig met de Apocalyps, en dat heeft ook te maken met Brussel als leefomgeving. Ik vind dit een hele koude stad om mensen te leren kennen. Dat is echt niet evident. Brussel is een ruige stad en dat heeft zeker een bepaalde invloed op mijn werk van de laatste jaren.”

Je werkt in Walter sinds december. Wat betekent het voor jou?

Wat me aantrekt, zijn de mooie ruimtes om in te kunnen werken. Dat is wel een luxe. Ik heb alles al meegemaakt. Een ruimte die tien keer groter was dan deze, totaal niet verwarmd, maar in de winter kan je niets doen. Problemen met vocht, elektriciteit en met huurbazen. Je moet mensen vinden die correct zijn, en dat voelde ik hier meteen. Alles is juist afgesproken, en dat geeft me ook wel rust, of vertrouwen. Die stabiliteit heb ik nodig.”



Haal je veel inspiratie uit andere disciplines?

Boeken zoek ik meer en meer op. Dat is ook niet iets dat ik niet van thuis meekreeg. Ik ben nu bezig aan de De duivelsverzen van Salman Rushdie, een indrukwekkende ervaring. Dat zit zo vol verbeelding, een wereld waar je in gesmeten wordt. Dat verhaal is een rollercoaster, zoiets las ik nog nooit. Die opening alleen al, met twee mannen die uit het vliegtuig vallen. Fantastisch hoe dat uitgewerkt wordt.”

Misschien kan het zich een weg banen naar je werk?

“Zeker! Het is al bezig, denk ik. (lacht) Er zijn heel vaak dingen die tot me komen op een moment dat ik met iets anders bezig ben. Technologie is nog zoiets. We leven in een interessante tijd. Als je bvb. een website wil bouwen, dan kan je dat coderen met AI. Een paar jaar geleden wilde ik virtual reality maken, maar daar ben ik mee gestopt, omdat ik niet wilde coderen. Nu moet je dat al niet meer zelf doen. Om een goede schilder te worden, ben je al een heel leven bezig, en die andere disciplines komen erbij. Dat is heel goed, maar ik kan niet oneindig blijven uitbreiden. Technologie kan me wél helpen om bepaalde dingen te bereiken, dingen die ik daarvoor net niet kon. Die vraag die ik me nu stel, is: wat wil ik écht doen? Dat fysieke object aan het einde van de rit blijft belangrijk. Ik ga niet nog 1000 nieuwe dingen doen. Virtual reality was interessant, maar je kan dat niet voelen en ruiken. Enkel zien, misschien horen. Het digitale kan die materialiteit niet volledig vatten. Fotografie was een tussenstap, nooit een eindproduct. Het was niet voldoende. Dat artisanale, de texturen die je kan zien, ruiken, voelen. Schilderen zodat je het bijna kan aanraken met je ogen. Dat is belangrijk.”

Je gaat een van onze volgende sessies Improv & Sketch for Humanity mee begeleiden en maakte de vorige mee. Wat was je ervaring en wat wil je doen?

“Ik ben sowieso al nerveus om voor een publiek te spreken. En als je het hebt over tekenen: de manier waarop mensen daarmee omgaan, dat is ook jezelf blootstellen. Eigenlijk doe ik dat zelf niet zo graag. Dus er zijn bepaalde remmingen en ik vraag me wel af hoe ik die afstand kan verkleinen. Ik wil het dicht bij de mensen brengen, zodat het vlak voor hen staat en iedereen tegelijkertijd iets kan doen. En als we het hebben over tekenen en tekens… Iedereen tekent op zijn eigen manier, maar er zit vaak ook een patroon in dat terugkomt en binnen die patronen krijg je herkenning en een beeld. Vaak zie ik bvb. ook patronen op de grond, of zelfs een hele scène. Ik denk dat veel mensen dat kunnen zien. Toen ik startte met kunst heb ik die techniek vaak toegepast: smijt verf of inkt op een blad, zie welke vorm opduikt en bouw daarop verder.
Het was trouwens ook heel intens om te luisteren naar die muziek, ik moest even denken aan een exorcisme. (lacht) Tegelijkertijd ontstaat er ook een soort visuele polyfonie, en dat is boeiend. Ook voor mezelf, gezien mijn wat moeilijke relatie met tekenen. Ik ben benieuwd!”

-----

Website seppe de roo

< previousnext >